Heidelbergse Catechismus, zondag 7

Orde van dienst (Kampen morgendienst)
Psalm 86,2.3.4
Gezang 1,8.13
lezen Galaten 5:13-6:10
Liedboek gezang 252
Zondag 7
Psalm 67
Liedboek gezang 78

Loenen-Abcoude 02/09/01

<<<


Broeders en zusters, geliefd in onze Heer, Jezus Christus,


Het wordt tijd om er mee op te houden. Vanmorgen voor de laatste keer: wat betekent dat nu voor de omgang met elkaar, dat u, jij en ik, zo’n zondag 7 samen geloven? We maken samen iets heel onvanzelfsprekends mee: niet alle mensen krijgen zomaar door Christus het heil terug, maar in de kerk zeggen we samen: wij horen bij Christus, ik hoor bij Hem, jij hoort bij Hem, zij en hij, en wij en jullie en zij. We delen samen de ervaring van de doop, de ervaring van de overgave: op dood en leven hebben we onszelf uit handen gegeven aan de God die belooft, die ons toespreekt en aanspreekt. En Hij is nog steeds betrouwbaar gebleken. Samen geloven we dat niet alleen aan de anderen maar ook aan mij vergeving van zonden, eeuwige gerechtigheid en eeuwig heil geschonken zijn. En we delen samen de ervaring dat daar vlees en wereld bij komt, benevens veel tv, huizen en auto’s altegader, en dat het nog helemaal niet zo eenvoudig is om je te blijven concentreren op dat waar het op aankomt: Gods beloften uit genade in Christus.

Je zou zo zeggen: die gemeenschappelijke ervaringen doen iets met mensen. Normaal is dat wel zo. Samen iets met een ander hebben, samen dingen meemaken schept vanzelf een bepaalde band tussen mensen. Een novitiaat is een speelse variant daarop. Serieuzer zie je hetzelfde werken in liefde tussen broers en zussen in één gezin: dezelfde ouders, grotendeels dezelfde dingen meemaken, daaruit groeit een band, hoe dan ook. En het lijkt me dat zeker ook de gemeenschappelijke ervaringen waar het hier in zondag 7 over gaat een band scheppen, tenminste als je ze tot je door laat dringen. Tenslotte zijn ervaringen als geliefd worden, uitgekozen worden en vergeven worden geen kleinigheden, net zo min als vertrouwen, overgave en aanvechting. Normaal maken ze diepe indruk op mensen.

Laten we daar vanmorgen dan maar eens op letten, op die ervaringen die horen bij ons geloof, en die we samen delen, ieder op eigen manier. Ik vergroot iets uit wat in zondag 7 besloten ligt. Daar gaat het tenslotte bij voorbeeld over de ervaring van een bepaald soort weten, over de ervaring van vertrouwen, preciezer: over de ervaring van geschonken vertrouwen, over de ervaring dat het Evangelie tot je doordringt en overgave wekt, over de ervaring dat je in dat alles wel één van velen bent, maar niet één van allen. Dat wil allemaal maar geen theorie zijn, maar ergens over gaan. Het wil beschrijven wat er gebeurt, wat we als christenen samen meemaken.

Als we dan precies kijken blijkt dat samen meemaken te beginnen met een speciaal soort ervaring die we met de Bijbel hebben. Het lijkt me die ervaring die de schrijvers van deze zondag de formulering in de pen gegeven hebben dat we alles voor betrouwbaar houden wat God ons in zijn Woord geopenbaard heeft. Nee, er staat echt niet, dat we alles voor waar houden. Er staat betrouwbaar. Dat is het hem juist. Dat weerspiegelt de ervaring dat het in de Bijbel maar niet om informatie gaat, om een verhaal over hoe alles in elkaar zit, of in elkaar is komen te zitten, maar om gebeurtenissen die ons, die u, die jou, die mij direct aangaan, waarin God zelf ons persoonlijk aanspreekt. Waarheden hou je niet voor betrouwbaar, beloften hou je voor betrouwbaar, en verklaringen, liefdesverklaringen.

Dat is precies waar het om blijkt te gaan in onze ontmoeting met het Evangelie en sowieso met de Bijbel. Wat God ons in het Evangelie belooft kan worden samengevat o.a. in een artikel dat wij geloven in God de Vader, de Schepper van de hemel en de aarde. Daarin gaat het dus niet maar om informatie over het begin van alles. Die informatie is hoogstens een bijproduct. Het gaat er uiteindelijk om dat je de ervaring hebt dat wat de Bijbel zegt over de God die alles maakte betekent dat die God jou gewild heeft en wil. Dat Hij ons eigenhandig maakt is zijn eerste liefdesverklaring aan ons. En die blijkt God dan in het vervolg van de Bijbel nog eens overtroffen te hebben in zijn liefdesverklaring aan ons in Jezus Christus, onze Heer.

Nergens gaat het om informatie die je voor waar aanneemt en dan naast je neerlegt. Nergens gaat het ook om informatie die je allemaal moet begrijpen. Telkens blijkt het te gaan om God die ons belooft, verklaart, schenkt, toe-zegt, in één woord: die ons zijn liefde verklaart. En dat is een ervaring die je helemaal niet kunt begrijpen. Je kunt haar aanvaarden of ontkennen, maar niet vatten. Die ervaring, dat in de Bijbel God zelf voor ons opstaat en ons zijn liefde verklaart, die delen, lijkt me, alle christenen, ieder op hun eigen manier, en misschien wel zonder haar zo onder woorden te kunnen brengen. Het is een diepe ervaring van geliefd te worden door God zelf.

Je zou zo zeggen: dat zou toch indruk moeten maken. Dat maken we samen mee. Ik ben geliefd door God, jij bent geliefd door God, hij en zij, en wij, en jullie en zij. Je zou zo zeggen: dat zou een band moeten geven, haast vanzelf. Geliefd worden leert lief hebben. De vrucht van de Geest is liefde. Dient elkaar door de liefde. Tenslotte: zij is een zuster van wie de God houdt die ook van mij houdt, en hij, en trouwens jullie ook.

En er is nog iets dat indruk zou moeten maken, op een andere manier, maar toch. Het blijkt dat lang niet iedereen deze ervaring met de Bijbel heeft, en zelfs dat er mensen zijn die wel degelijk iets proeven van Gods liefde in Christus, maar die dat niet willen, niet aan willen. Er hoort bij ons geloof een ervaring van uitgekozen zijn, van niet vanzelfsprekend dingen meemaken die iedereen meemaakt, maar heel persoonlijk van gene zijde geroepen en getrokken zijn. Niet alle mensen, alleen zij die door waar geloof bij Christus worden ingelijfd.

Dat is een ervaring op zichzelf. Een lastige ervaring die veel vragen oproept. Maar het is een ervaring die we in de kerk samen delen. Delen ook met de geslachten vóór ons. Dat kunnen we hier, in een gereformeerde kerk, zelfs in ons kerkboek zien: de Dordtse Leerregels, achter de Catechismus, gaat in drie hoofdstukken uitvoerig in op juist die ervaring: God zendt zijn evangelie en sommigen geven zich er aan over, maar anderen niet, hoe zit dat? (hoofdstuk I). God geeft zijn Zoon, vergeving genoeg voor alle mensen, maar velen willen het niet, hoe zit dat? (hoofdstuk II). God geeft zijn Geest, wedergeboorte en bekering, maar allerlei mensen reageren daar niet op, hoe zit dat? (hoofdstuk III/IV). Driemaal staat deze zelfde ervaring centraal, en wordt daarop ingegaan.

Vergeven worden, gerechtigheid en heil tot in eeuwigheid krijgen, niet om wie je zelf bent, maar alleen om wat Christus gedaan heeft, het is kennelijk iets wat niet iedereen wil, waar mensen ook aan voorbij kunnen gaan of tegen in opstand kunnen komen. Ja, en waarom wij eigenlijk niet? Wat is het dat ervoor zorgde dat wij wel vergeving wilden krijgen, dat wij wel ons alles wilden laten geven? Nou, dat kan niet iets goeds in ons zijn. Tenslotte gaat het om vergeving, om echte gerechtigheid en heelheid. Als we ons die willen laten geven, dan hadden we ze niet. Dan waren wij er net zo zondig en miserabel aan toe als iedereen. Dan hebben wij geen reden om stoer te doen, of van onszelf op te geven, of ons gelijk te halen. Uitgekozen zijn, ondanks onszelf toch over de streep getrokken zijn, merken dat het vertrouwen dat je hebt je geschonken is door de Heilige Geest, gewerkt door het evangelie, geen prestatie, maar gave, in je leven gedragen worden, of hoe je het verder ook maar noemen wilt, dat is de ervaring die christenen delen.

Ja, ik ben uitgekozen, jij ben uitgekozen, hij en zij, en de anderen ook. En we hebben geen van allen in onszelf iets om op te pochen, om ons boven een ander te stellen, om uit onze slof te schieten over hoe iemand toch zo stom kan zijn of om elkaar af te rekenen op iets. Laat het tot je doordringen en in je ziel zinken en er ontstaat een geest van zachtmoedigheid. De vrucht van de Geest is zachtmoedigheid, niet praalziek, niet elkaar tartend, niet elkaar benijdend.

Dat tot je doordringt dat God zelf van je houdt, die ervaring delen we met elkaar. Dat je uitgekozen bent, dat de kracht van gene zijde kwam en komt, niet om hoe goed je zelf bent, maar ergens anders om, ook die ervaring delen we met elkaar. En, dat tenslotte, ook de ervaring van de overgave, van het je overgeven aan alles wat ons in het Evangelie beloofd wordt, delen we met elkaar. Het is die ervaring die je proeft in zondag 7. Je proeft haar in dat alles voor betrouwbaar houden en in dat alles wat in het Evangelie beloofd wordt. Het stellige weten van antwoord 21 is dan ook persé geen intellectueel weten, weten met je verstand. Het is het weten van de overgave, het weten van het vertrouwen, het weten dat is wakker geroepen door het geliefd worden: wie zó van me houdt, die kan ik helemaal vertrouwen, in alles. Dáárom en daarom alleen is ons christelijk geloof ontwijfelbaar te noemen.

Ook die ervaring, de ervaring van de overgave, is een ervaring op zichzelf. Een erg spannende ervaring bovendien. Alles in een mens komt er tegen in opstand, bij iedereen op een eigen manier. Bij sommigen duurt het heel lang voor ze zover komen. Anderen merken achteraf dat ze terugkrabbelen, dat ze vergeten, dat ze toch weer hun eigen gang gaan. Er is een begeren van het vlees dat ingaat tegen de Geest, dat je kruisigen moet, waar je je van los scheuren moet. Alles voor betrouwbaar houden, alles aannemen wat je beloofd wordt, dat doen we ondanks onszelf, alleen maar in concentratie op de Here Jezus.

Juist omdat ze zo spannend is, is de ervaring van de overgave kostbaar. Veel christenen koesteren de herinnering aan die momenten dat ze echt en heel bewust zich uitleverden aan God, zich open stelden voor de Bijbel, dat er bewust vertrouwen leefde in hun hart. Voor anderen is ze iets heel intiems, waar je zomaar niet over praat, juist omdat het kostbaar en kwetsbaar is. Weer anderen praten er juist graag over, omdat het toch hier om gaat. Maar, hoe je er voor jezelf ook mee omgaat, deze spannende, kostbare ervaring heb je niet alleen. We zeggen het samen in de kerk, dat God dat stellig weten en vertrouwen van de overgave in ons hart opgeroepen heeft, en als iemand ons vraagt: wàt moet je dan geloven, dan zeggen we het samen, tegen onszelf en tegen elkaar: alles wat ons in het Evangelie beloofd wordt, omdat Hij het is.

Het is de moeite waard om daar even bij stil te staan. Die ervaring, die je zelf zo kostbaar vindt, die spannende ervaring van de overgave, die heeft, net op zijn of haar eigen manier, je broeder, je zuster in de kerk ook. Dat laat je voorzichtiger met elkaar omgaan. De vrucht van de Geest is zelfbeheersing. Zelfbeheersing ook in die zin dat je elkaars moeilijkheden verdraagt, en dat je niet moe wordt goed te doen. Zelfbeheersing, ook in de zin dat je let op wat echt belangrijk is. We hebben samen de ervaring dat het er niet om ging dat we een mooi systeem aan gereformeerde waarheden ons eigen maken, dat we niet maar alles voor waar aannemen wat een gereformeerde zede ons voorschrijft, maar dat het er om gaat dat wij ons aan God zelf overgeven in Christus Jezus, onze Heer.

Laten we dan ook aan elkaar laten merken dat het daarom gaat. Die ervaring, dat het om Jezus Christus gaat, en niet om het eerste beste detail uit onze traditie over uit wat we gewend zijn, die leert je onderling gezeur af. Als je dat toch samen hebt meegemaakt, dat je geliefd wordt door God, dat je uitgekozen bent, geroepen, en gedragen wordt, en dat je je juist daarom op genade of ongenade hebt overgegeven, uitgeleverd aan Jezus Christus, kun je dan nog ruzie maken over ditjes en datjes en andere details?

Je zou zo zeggen: gemeenschappelijke ervaringen doen iets met mensen. En zeker ervaringen als deze: geliefd worden, uitgekozen worden, vergeven worden, vertrouwen, overgave, aanvechting. Dat is toch normaal? Als het niet gebeurt kun je je best eens afvragen of je eigenlijk wel leeft, of het wel tot je doordringt wat je meemaakt. Laten we bidden dat God ons zijn zegen schenkt, zijn genade en liefde, zijn gemeenschap. Hij tone ons zijn aangezicht. Precies daarmee begint steeds weer opnieuw ons christen-bestaan, dat we Gods gezicht zien in Jezus Christus onze Heer. Het is de bron-ervaring van ons geloof. In de kerk delen we die. Laat het te merken zijn. Amen.


<<<