Heidelbergse Catechismus, zondag 16

Orde van dienst (Kampen middagdienst)
Gezang 30,1-3
lezen Jesaja 52:13-53:12
Liedboek gezang 182
Zondag 16
Gezang 28
Psalm 150
Liedboek gezang 175

Loenen-Abcoude 27/01/02
Haarlem 03/02/02

<<<


Broeders en zusters, geliefd in onze Heer, Jezus Christus,


Waar bent u bang voor? Bang wat uzelf betreft. Ik bedoel even niet dat je bang kunt zijn dat je kinderen of je ouders of andere mensen van wie je houdt iets ergs kan overkomen. Nee, wat je zelf betreft. Bang voor stilte, voor eenzaamheid, bang voor iets wat in je huist, bang voor iets wat stem krijgt binnen in je en wat je dingen laat doen die je niet wilt, bang voor pijn, bang om gekwetst te worden, bang voor kritiek, bang dat iets uitkomt wat je gedaan hebt, bang voor God, bang voor het laatste oordeel, bang om afgewezen te worden, bang om nutteloos te zijn, bang voor je weet niet precies wat, een vage angst, een soort gevoel niet thuis te zijn in je leven. Ik noem maar wat. Kijk eens naar uzelf, en vraag u af wat er bij u zelf zit.


Wie is er in de eerste plaats, vóór alle andere dingen, bang voor de duivel, of voor de hel? Ik verwacht niemand, of een heel enkele uitzondering. We kunnen ons dus eigenlijk ook weinig voorstellen bij het laatste stuk van zondag 16, tenminste niet zo als het er staat. Daar gaat het om aanvechtingen, en dat betekent in de taal van toen heel direct een één tegen één worsteling met de duivel, de duivel die je mee wil trekken naar het kwaad, meenemen naar de hel; de duivel die je zegt: jij bent slecht, je moet naar de hel, daar hoor je.

En uit alles blijkt dat antwoord 44 geen fraaie theorie wil geven, maar midden in de belevingswereld van toen staat. De taal is persoonlijk, voor contrasten, schrille kleuren, en tegelijk heel intiem. Niet maar aanvechtingen, maar 'mijn felste aanvechtingen', en die maar niet als iets wat je ook eens overkomen kan, maar als een realiteit, waarbij je zekerheid en troost meer dan nodig hebt. Rijke troost, van 'mijn Here Jezus Christus'. Je mag tegen de duivel zeggen: ga weg, laat me met rust, want Jezus heeft al voor mij 'onuitsprekelijke angsten, smarten, verschrikking en helse kwelling' gedragen. Alles leeft hier. In woord en toon staan we voor de grote angsten van de vijftiende en zestiende eeuw. Het verhaal van Luther en zijn inktpot, de schilderijen van Jeroen Bosch, de eindeloze fixatie op duivel, dood en hel van de late Middeleeuwen, in 1563 waren ze nog levend en actueel.

Nu niet meer. Ook in de kerk is de duivel en de hel geen realiteit meer om levendig rekening mee te houden. Buiten de kerk is de hel op z'n best de rotte realiteit waar je middenin kan zitten. De hel dat zijn de anderen. De ene mens kan voor de ander het leven tot een hel maken. De ene mens kan voor de ander een duivel zijn. Natuurlijk, een beetje orthodox christen gelooft nog wel dat er duivelen bestaan en dat er een hel komt. Dat is vast allemaal wel waar. Maar het behoort niet tot onze belevingswereld. Het leeft niet meer voor ons.


Wat doen we dan met dat slot van zondag 16? Ik zou ervoor kunnen kiezen om te proberen u ervan te overtuigen dat de duivel en de hel wel levendige realiteiten zijn, en dat ze voor u moeten leven omdat het zo is. Maar dat ga ik niet doen. Dat heeft nu eenmaal geen enkele zin. Het werkt zo niet. Realiteiten moet je ervaren, je kunt een ander er niet van overtuigen.

Het is veel boeiender om eens te kijken naar wat hier in zondag 16 eigenlijk gebeurd is, en te zien of we daar iets van kunnen leren. Wat hier gebeurd is, is opvallend genoeg. Het past niet eens goed bij wat we gewend zijn van de catechismus hier. Tot nu toe werd steeds gevraagd naar de betekenis, naar de uitleg van een stukje van de Twaalf artikelen. En daarbij werd dan doorgevraagd naar wat dit geloven voor ons zelf voor waarde heeft, voor betekenis heeft. Dat gebeurt hier, aan het slot van zondag 16 niet. Je zou kunnen zeggen: het slot van de zin 'ik geloof in Jezus Christus, die... is gekruisigd, gestorven en begraven, neergedaald in de hel' - dat slot wordt niet uitgelegd, maar het wordt gebruikt.

Als het om uitleg gaat is alles hier heel eenvoudig. Neergedaald in de hel betekent in het verband van de Twaalf artikelen gewoon 'neergedaald in het dodenrijk'. Jezus is gestorven en begraven en Hij is echt dood geweest, onder de doden geweest. Niet schijndood, niet stiekem toch niet helemaal dood, in het dodenrijk. Maar over dit soort nuchterheden, die ook hun eigen betekenis hebben horen we de catechismus niet. Wat hier gebeurt is iets anders: de uitspraak 'Jezus is neergedaald in de hel' wordt midden in de eigen belevingswereld gezet en de hele kluit aan angsten, aanvechtingen, onzekerheden en andere emoties van toen klontert er omheen. De woorden weerklinken in de belevingswereld van toen, en op de echo's komen de emoties van toen mee. En heel het lijden en sterven van de Here Jezus wordt dan gescreend op de vraag wat het voor antwoord geeft op die emoties, die angst, die onzekerheid.


En ik vraag me dan maar af: hebben wij de moed om dat voor onszelf ook eens te doen, zo. Zet die hele zin: Jezus heeft geleden, is gekruisigd, gestorven en begraven, neergedaald in de hel - zet die zin nu eens pontificaal midden in je eigen belevingswereld, tussen je eigen emoties, je eigen angst en onzekerheid, je eigen overmoed misschien. Laat de zin weerklinken en laat de echo's jouw eigen gevoelens oproepen, stuur ze mee als vraag en kijk wat voor antwoord er dan komt.

Neem maar die vraag waar ik mee begon: waar bent u bang voor? Eenzaam zijn, achtergelaten worden, aan jezelf overgelaten worden misschien. Wat geeft het lijden van Jezus voor ons daar voor antwoord op? In ieder geval dat je nooit totaal alleen bent. Wie ons ook laat vallen, Hij niet. Maar ook dat je in Jezus iemand ontmoet die je begrijpt als je je alleen voelt, in de steek gelaten. Niemand is zo in de steek gelaten als Hij. Je kunt er je eigen antwoord 44 bij schrijven: ik mag er in m'n diepste eenzaamheid zeker van zijn en er rijke troost uit putten, dat mijn Here Jezus Christus mij van de troosteloosheid van het alleen zijn verlost heeft. Hij heeft deze verlossing bewerkt door de onnoemelijke eenzaamheid waarin Hij gedurende heel zijn lijden, maar vooral aan het kruis, verzonken was. En als het je echt hoog zit, als de eenzaamheid je leven echt domineert doe je er goed aan dat ook maar op te schrijven en bij je te dragen.

Waar bent u bang voor? Misschien voor kritiek, voor hoe anderen over je denken, voor het oordeel van de ander over jou, voor het oordeel van God ook. Duw die emotie dan niet weg, overschreeuw jezelf niet, maar stel haar als vraag aan Jezus. Je krijgt er nog antwoord op ook: Hij is onschuldig veroordeeld om ons van ieder oordeel vrij te maken, zelfs van het oordeel van God, dat waar is en juist en eerlijk. Wat anderen ook van je vinden, Jezus heeft bewezen dat Hij je de moeite waard vindt om zijn leven voor te geven. Hij is bespot, vernederd, als mislukte koning te schande gehangen, in het oordeel van God en mensen weg gedaan. Hij weet dat schelden wel pijn doet en negatieve praat je leven vernielt. Luister naar zijn antwoord en laat je verlossen, vrij maken van wat iemand ook over je denkt of van je beweert. Alleen Christus' oordeel over jou is tenslotte interessant.

Waar bent u bang voor? Voor iets als dat aan het licht komt wat u hebt uitgehaald? De angst die bij schuldgevoelens hoort? De angst voor straf? Ik noem maar weer wat. Kijk naar wat hier gebeurt. Doe het ook. Screen het leven en lijden van Jezus op antwoorden, luister goed; ze komen ook. Hij is al gestraft, Hij is al te schande geworden, Hij heeft al te kijk gestaan voor u, voor jou. Schrijf het maar uit voor jezelf: in mijn diepste schuldbesef mag ik er zeker van zijn en er rijke troost uit putten dat mijn Here Jezus Christus mijn schuld gedragen heeft en mijn kwaad geboet.

En zo door, vul maar in, vul maar aan. Mislukt, dat verpletterende besef dat van alles kapot is, dat je je waardeloos voelt, voor niets goed, vuilnis. Breng het in, breng die emoties in contact met Jezus' lijden voor jou. Ook deze gevoelens worden serieus genomen door zijn kruis. Hij deelt de diepste waardeloosheid, de grootste schande. Niemand hoeft zich meer weg te schamen omdat Jezus zich weg heeft laten kruisigen uit onze werkelijkheid en al onze mislukking en vernieling met zich mee genomen heeft.


Heb de moed om te doen wat de catechismus hier doet, en vul dan ook je eigen belevingswereld maar in hier in antwoord 44 zelf. Als je te worstelen hebt met krachten in jezelf die sterker zijn dan jij, driften, stemmen, laat dat jouw felste aanvechtingen zijn. Laat Jezus leven toe daar over te spreken en kijk dan nog eens. Schrijf het maar op voor jezelf, als dat je meer houvast geeft. In mijn felste aanvechtingen, mijn eigen knokpartij met die en die macht in mijn leven, mag ik er zeker van zijn en er rijke troost uit putten dat mijn Here Jezus Christus mij van die angst en moeite verlost. Je knokt geen eenzame strijd, al voelt het zo. Hij heeft bewezen sterker te zijn dan de duivel zelf en Hij is er bij. Kijk naar zijn kruis en zeg maar tegen iedere gedachte die beweert dat je dit kwaad al zo vaak gedaan hebt dat het nog wel eens kan dat het niet waar is; zeg maar tegen iedere stem die beweert dat jij toch waardeloos en slap bent dat het een leugenstem is; roep tegen ieder idee van 'laat maar, laat het maar gebeuren' dat er geen reden is om de moed op te geven. Zomin als de duivel recht heeft jou mee te nemen naar de hel, heeft wat voor macht dan ook het recht om jou mee te nemen naar de verslaving, naar de vernieling of naar de ondergang.


Ik weet het, we zijn dit zo niet gewend. Ik had het zelf ook eigenlijk van onze catechismus niet verwacht. Dom, achteraf, want onze broeders toen waren veel beweeglijker en realistischer dan wij zomaar geworden zijn. Vooral bij gevoelen en emoties, bij angst en onzekerheid, bij twijfel en vragen, komt bij ons zomaar de vraag boven: mag dat eigenlijk wel? In 1563 wisten ze nog dat je over gevoelens die je wegstopt, die je verbiedt, ook nooit getroost kunt worden. Pas als je ze inbrengt kan er zekerheid groeien en kun je rijke troost putten bij 'jouw Here Jezus Christus'.

Pas als je ze inbrengt ook komt zijn leven en lijden voor ons echt in kleur voor je te staan. De diepe angst van toen riep de kleuren wakker van de onuitsprekelijke angsten, smarten, verschrikking en helse kwelling die Jezus voor ons doorstaan heeft. Iedereen die vandaag zijn of haar eigen emoties inbrengt en van daaruit kijkt naar Jezus leven en lijden voor ons, ziet er zelf eigen diepte en kleur in verschijnen. Dat vang je nooit in een formule. Gelukkig niet. Het is het léven van Jezus dat ons in ons leven aanspreekt. Formules troosten niet. Alleen Jezus troost en bemoedigt. Waar je ook bang voor bent, Hij is er, en met Hem ziet alles er anders uit: niet meer alleen, niet meer schuldig, niet meer mislukt, niet meer lamgeslagen, niet meer overgelaten aan machten. Je kùnt moed vatten en je eigen leven uithouden, niet maar omdat er geschreven staat: geleden onder Pontius Pilatus, gekruisigd, gestorven en begraven, neergedaald in de hel, maar omdat dat gebeurd is, gedaan door Jezus voor ons. Wat dat voor u, voor jou persoonlijk betekent, dat kunt u alleen zelf ontdekken, door te doen wat hier de catechismus doet: zet Jezus leven en lijden midden in je eigen leven, kijk, luister, vraag, breng in, alles. Je zult zien: hier valt rijke troost te putten, bij Hem, bij Hem alleen. Amen.


<<<