Heidelbergse Catechismus, zondag 20

Orde van dienst (Middelburg middagdienst)
Psalm 62,1.6
Psalm 72,10
lezen 1Korintiërs 12:1-11
Gezang 27,1.4-6.8.9
Zondag 20
Gezang 26A,4
Gezang 31

Orde van dienst (Kampen middagdienst)
Psalm 62,1.4
lezen 1Korintiërs 12:1-11
Gezang 26A,4
zondag 20
Gezang 27,1.4-6
Gezang 27,8.9
Psalm 72,10

Loenen-Abcoude 17/04/94
Weesp-Nigtevecht 17/04/94
Hilversum 03/09/95
de houdbaarheidsdatum van deze preek is verstreken

<<<


Broeders en zusters, geliefd in onze Heer, Jezus Christus,


Het is niet niks wat wij belijden in zondag 20. Van de Heilige Geest, die Heer is en levend maakt, die van de Vader en de Zoon uitgaat, samen met de Vader en de Zoon aangebeden en verheerlijkt wordt, omdat Hij samen met Hen echt en eeuwig God is, belijden we dat Hij ook ons gegeven is. Je zou zo zeggen dat dat de gebeurtenis van ons leven zou moeten zijn. God in ons, de levende God zelf in ons. En van onze God hoeven we niet te verwachten dat Hij dan met lege handen komt, Hij is immers de van harte gevende God. Hij geeft ons waar geloof en zo deel aan Christus en al zijn weldaden, Hij troost ons en blijft bij ons tot in eeuwigheid, zegt zondag 20 - en dat is nog lang niet alles: we hebben in 1Kor12 nog van een aantal genadegaven van de Geest gelezen, die ons - een ieder het zijne of hare - ook zomaar gegeven kunnen worden door de Geest. En dan spreekt de bijbel ook nog over vruchten van de Geest (in Galaten 5 bijvoorbeeld: liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, vertrouwen, zachtmoedigheid, zelfbeheersing). Hij is Heer. Hij maakt levend - in de volle brede zin van het woord, zoals we dat van de Schepper-Geest kunnen verwachten. Op een saai leven hoeven we niet te rekenen als we leven door de Geest.

En laten we wel zijn, dit belijden we van ons eigen leven, van onszelf: Hij is ook mij gegeven. Het lijkt me dat dit betekent dat we dan van ons eigen leven met de Geest het een en ander te vertellen moeten hebben. Geloofservaring of bevinding hoort geen vies woord voor ons te zijn. Als dat wel zo is, dan hebben we iets niet goed begrepen. Stelt u zich eens voor dat aanstaande koninginnedag de koning haar verjaardag hier in ... zou komen vieren en dat u zou worden gevraagd om haar die dag te begeleiden. Dan zou u na afloop toch het een en ander te vertellen moeten hebben. Dat is heel normaal, zo normaal dat het niet normaal meer is als mensen dan niets te vertellen hebben. En als God zelf in ons leven komt, niet maar voor een ochtendje of zo, maar een leven lang, dan zouden we niets te vertellen hebben? Wat een onzin! Wie belijdt - en dat doen we toch? - van de Heilige Geest dat Hij ons hem of haar gegeven is, die heeft een leven lang stof tot spreken over wat hij of zij nu toch weer met God heeft meegemaakt. Moet je nou toch es horen..!


Toch hoor ik zulke geluiden niet zo vaak. Dat is jammer. En niet alleen jammer, maar ik ben bang dat het ook gevaarlijk is. Als we elkaar niet regelmatig vertellen over wat we allemaal wel niet meemaken met onze God in ons leven, dan gaat daar ongemerkt maar onmiskenbaar de suggestie van uit dat er ook niet veel te beleven valt met God de Heilige Geest. Dan lopen we het risico ook steeds minder van Hem te verwachten, ja het risico om Hem over het hoofd te zien, om met de rug naar Hem toe te gaan leven. En in diezelfde beweging trekt heel die kleurenrijkdom van de Geest uit ons leven weg. Dan hebben we op een gegeven moment ook niets meer te vertellen, want dan is er niets meer om van te vertellen. De Geest kun je bedroeven en uitblussen, en dat doen we het grondigst door Hem dood te zwijgen. Dat gaat het meest in tegen wie Hij is. Dat treft Hem in zijn kracht, want de Geest is een Spreker die doet spreken.


Daarbij wil ik in deze preek met u stilstaan: de Geest is een Spreker die doet spreken. Dat lijkt me de rode draad die loopt door alles wat er van de Geest te zeggen is. Wat Hij doet, Hij doet het door te spreken, wat Hij geeft, Hij geeft het om te spreken. Wanneer het over de Heilige Geest gaat is er een heleboel wat we kunnen zeggen en belijden - tenslotte: Hij is God van eeuwigheid tot eeuwigheid - maar de kern, waarvan ik graag wil dat u er meteen aan denkt als de Geest ter sprake komt, is: de Geest is een Spreker die doet spreken. Hij komt sprekende ons leven binnen en maakt er een sprekend leven van. En dat betekent tegelijk: God de Heilige Geest behandelt ons als personen. Spreken is de enige manier waarop je met personen in contact kunt komen, waarop je ze kunt bereiken, beïnvloeden ook. De Heilige Geest is niet een vage macht of kracht, die je zomaar - al dan niet - het geloof kan geven, en goede gaven, en vruchten, ongrijpbaar en onzeker, als een natuurkracht die je overkomt. De Geest fascineert niet, Hij spreekt ons aan. Hij is de Spreker die doet spreken.


Dat is dus het thema: de Geest is de Spreker die doet spreken. We staan dan bij drie punten stil: Hij geeft ons zo

- persoonlijke gemeenschap

- persoonlijke verandering

- persoonlijke zekerheid.


1. De Geest is een Spreker die doet spreken. Goed. Waarover doet Hij ons dan spreken? Over onszelf? Op wat voor manier dan? De manier is hier heel belangrijk. Denkt u maar weer terug aan dat voorbeeld dat ik net noemde, dat de koningin komt en u een dagje met haar op mag trekken. Er zijn mensen die vervolgens jarenlang vertellen over wat zij zelf allemaal wel niet hebben gezegd en gedaan (en toen zei ik tegen de koningin dit, en toen deed ik dat, en toen...). Dat vinden wij over het algemeen onaangename mensen - terecht. Ze doen net alsof zij zelf de belangrijkste zijn, terwijl ze toch echt maar heel gewoontjes zijn. Zoiets kun je ook hebben bij ons spreken over wat wij meemaken met onze God als Hij in ons leven komt. Misschien kent u zelf wel mensen bij wie u, als u hen hoort praten over hun geloof en geloofservaring, u het gevoel bekruipt dat ze zichzelf wel heel erg belangrijk vinden. Maar dat mag ons omgekeerd niet een houding geven van: laat ik maar niks zeggen, of zelfs één van: over geloofsbeleving wil ik niks horen, het gaat alleen maar om de God in wie wij geloven. Want wij geloven in die God en Hij is in de Geest ons eigen leven binnengekomen. Daar worden wij zelf plotseling niet heel bijzonder door, maar het is wel ons eigen leven.

In dat eigen leven van ons komt de Geest binnen als een Spreker, met een boodschap. Hij komt met de boodschap van God, Hij vertelt ons van wat God de Vader allemaal wel niet heeft gedaan, van de schepping af tot nu toe, en Hij opent ons er de ogen voor: kijk om je heen: dat heeft God gemaakt, en Hij leert ons kritisch kijken: dat heeft God wel gemaakt, maar dat niet. En Hij vertelt ons van wat God de Zoon allemaal wel niet heeft gedaan, van kerst tot hemelvaart, tot nu toe, en Hij opent ons er de ogen voor: kijk goed, het is voor jou gedaan. Hij brengt ons Vader en Zoon na aan het hart. In de Geest komt de drieënige God ons leven binnen, en komt om zo te zeggen dichter bij onszelf dan wij zelf bij onszelf zijn. Al sprekende: op ons inpratend, vertellend, overtuigend, troostend, vermanend, enzovoort enzovoort geeft Hij ons persoonlijke omgang met de God van ons leven.

En daarmee komt Hij midden in ons leven, ons samenleven met de mensen om ons heen. Persoonlijke mensen zijn we, die als zodanig alleen maar kunnen leven in de omgang met anderen, in de omgang met God. Persoon ben je nooit alleen, maar altijd samen. En dat beleef je door te spreken. Bij mensen horen verhalen. Wie niets te vertellen heeft, heeft niet geleefd. Zo komt ook de levende God zelf bij ons binnen als de sprekende, vertellende Geest. Hij spreekt ons aan, stelt zich aan ons voor, vertelt wat Hij al voor ons gedaan heeft en aan ons doen wil, en Hij gaat al sprekende met ons verder, ons leven door. Telkens weer horen we zijn stem, de stem van de bijbel, die Hij geïnspireerd heeft. Hij leert ons Abba, Vader bidden, bij wat ons overkomt in ons leven. Hij laat ons zeggen: Jezus, onze Heer, bij alles wat we hebben gedaan. Omgaan met God als de personen die we zijn, het wordt ons gegeven door de Geest, want in de Geest komt God zelf met ons omgaan, persoonlijk, sprekend.

En daarover hebben wij vervolgens iets te vertellen, want we zijn mensen. En wie niets te vertellen heeft, heeft niet geleefd. Natuurlijk heeft ook de omgang met God een intieme kant, die de meeste anderen niets aangaat. Dat is heel gewoon. Zoals iedere vriendschap, ieder huwelijk een eigen privégeschiedenis kent, die niemand verder hoeft te weten, zo kent ook onze omgang met God die. We hebben onze eigen geschiedenis met God. Ja, maar we hebben ook samen een geschiedenis met God en met elkaar. En daarin hoort verteld te worden. De Geest doet ons spreken over wat God doet aan ons. We horen met elkaar te spreken erover dat Gods Woord inderdaad uitkomt, werkelijkheid is, troost geeft, kracht. We merken, we 'bevinden' dat het waar is. Dat is echte bevindelijkheid, dat je merkt dat Gods Woord waar is in je eigen leven. We maken iets mee met God als we met Hem omgaan. Daar hoort over gesproken te worden. Dat hoort bij de Geest, die een Spreker is die doet spreken. Juist zo is Hij de Heer die levend maakt en levend houdt, want spreken is leven en zwijgen is dood.


Als de Spreker die doet spreken is de Geest de Heer die levend maakt. We komen bij het tweede, als zodanig geeft de Geest ons ook persoonlijke verandering. Ook dat doet Hij meestal door te spreken. Dat is zo zijn normale manier van doen. Hij doorbreekt ons menszijn niet, maar Hij vormt het door te spreken. Hij praat op ons in, Hij herinnert ons telkens weer aan Gods geboden, aan Christus' leven voor ons, aan Christus' voorbeeld voor ons, Hij dringt met zijn boodschap bij ons binnen en ontleedt de bedoelingen en gedachten van ons hart. Hij speelt zo een kritische, corrigerende, veranderende rol in ons leven. Wie zich daar niet tegen verzet en zich voor afsluit, die wordt daar een ander mens van. Hoe dacht u anders dat er vruchten van de Geest in ons leven tot ontplooiing kunnen komen? Liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, vertrouwen, zachtmoedigheid, zelfbeheersing, ze komen echt niet als bij toverslag, als een stille mysterieuze kracht in ons leven binnen. Ze horen heel direct bij het evangelie van Jezus Christus, het zijn de deugden van God zoals we die herkennen in die lange vertelling die de bijbel is over de geschiedenis die God met de mensen heeft doorgemaakt. Dit is het wat God bedoelde met zijn wet. Tegen zulke dingen richt de wet zich niet, zegt Paulus dan in Galaten 5, met zo'n fraai understatement van hem.

Die vruchten komen op als het Woord wordt gezaaid door de sprekende Geest en als we dat zaad niet uitrukken of dooddrukken, maar telkens weer laten begieten door dezelfde sprekende Geest. Meestal gaat die verandering geleidelijk en met vallen en opstaan. Soms werkt de Geest schokkend en gooit Hij ons hele leven overhoop. Maar ook wie plotseling, krachtdadig, zoals dat heet, uit zijn oude leven wordt gerukt en in het nieuwe van de Geest wordt gezet, ontdekt in de kern van dat alles het Woord van de sprekende Geest. Ook wie met de beste wil van de wereld niet kan begrijpen waarom het evangelie nu plotseling zo'n kracht in zijn leven heeft gekregen, die is toch geraakt met het Woord. Het is juist het allerlaatste van het Woord, dat wat het hart raakt en bekeert, dat het hem doet, en dat heet Geest. En daar doet de Geest van spreken.


En dat spreken is heel belangrijk. Want we zijn mensen, persoonlijke mensen, die alleen werkelijk leven kunnen en in leven kunnen blijven in de omgang met elkaar en met God. Ons persoonlijk samenleven schakelt de Geest in voor ons aller bestwil. Hij laat ons spreken over wat God van ons wil, over hoe God ons wil hebben. We kunnen elkaar hulp vragen, advies geven, de weg wijzen, bekritiseren, en - heel belangrijk! - complimenten geven. Zo bouwen we elkaar op, corrigeren elkaar, vormen elkaar. Dat hebben we nodig, want we zijn mensen. We hebben elkaar nodig om andere mensen te worden en te blijven. Maar dan moet er wel gesproken worden! Doen we dat niet, uit angst om beter te lijken dan anderen, uit schaamte, uit onwennigheid, of noem maar op, dan staan we de Heilige Geest vreselijk in de weg. Hij is immers de Spreker die doet spreken. Hoe dat u ooit dat er van uw kinderen iets christelijks terecht kan komen als u niet met hen spreekt over de werkelijkheid van het geloof, de werkelijkheid van de Geest in ons? Wij belijden dat Hij ook ons gegeven is, en we geloven dat ook, dan hebben we elkaar ook wat te vertellen!


In dat sprekende kader van de omgang met elkaar, een omgang die we nodig hebben, hebben nu die bijzondere gaven van de Geest, waarvan we in 1Korinte gelezen hebben, hun plaats. De Geest geeft ieder zijn eigen gave, tot welzijn van allen, zegt vers 7. Juist. Daar gaat het om: tot welzijn van allen. Levenswijsheid en kennis van zaken, ze worden gegeven in de gemeente om te functioneren. Laten we dus met onze vragen naar toegaan naar mensen bij wie we die gaven onderkennen, en laten we elkaar ons advies dan niet onthouden. Geloof - hoezeer hebben we het nodig om over en weer versterkt te worden in elkaars geloof! Gaven van genezingen, krachten - laat niemand zeggen dat ze niet meer voorkomen in de gemeente, misschien nu niet in die van ons, maar dan wel elders. Profetie, inzicht in de wil en de weg van God, onderscheidingsvermogen waar het op aankomt, ze moeten klinken en functioneren in ons onderling verkeer. Het spreken van allerlei talen - broeders en zusters, weet u van te voren hoeveel talen u spreekt, kan het juist u niet gegeven worden de taal van het hart van uw broeder of zuster te spreken, of van die ander met wie u in gesprek bent? Kan het juist u niet gegeven worden die ander, met al zijn eigenaardigheden, te kunnen begrijpen? Dat merkt u pas als u met elkaar spreekt. En zo hoort het ook, want de Geest is een Spreker die doet spreken.

Daar, binnen de persoonlijke omgang van mensen die met elkaar in gesprek zijn, daar leeft de Geest, daar geeft de Geest, daar is Hij op zijn best. Daar ontplooit Hij de onvermoede krachten van het evangelie. Om daarvan te kunnen genieten moeten we met elkaar spreken. Wie nooit iets zegt zal ook nooit die ervaring leren kennen van zichzelf dingen te horen zeggen waarvan hij of zij niet gedacht had ze te kunnen zeggen, de ervaring van de Geest. Wie in stilte zijn eigen gang gaat, zal van verandering ten goede in zijn leven veel minder merken dan wie leert in gesprek met anderen, anderen die aanmoedigen, tegenspreken, corrigeren, wijzen op dingen die we zelf over het hoofd zien, die je kunnen opbeuren als je in de put zit. Hoe minder we elkaar vertellen van het leven met God, met de Geest, des te minder zien we ervan. Willen we een levende gemeente zijn, dan zullen we een sprekende gemeente moeten zijn. Dan zijn we werkelijk gemeente van de Geest, de Spreker die doet spreken.


Dat geldt alles precies zo voor het laatste, het derde waar we bij stil zouden staan. De Geest als Spreker die doet spreken geeft ons persoonlijke zekerheid. Zekerheid van het geloof, daar hebben we behoefte aan, zeker in onze wereld waar God wel uit weggetrokken lijkt. Het is een eigen gave van de Geest die Hij ons geven wil precies door te spreken en doordat Hij ons leert er met elkaar over te spreken. Het gaat bij zekerheid van het geloof niet om een zekerheid van zien of tasten van zaken, maar om het zeker zijn van een Ander, om persoonlijke zekerheid. De zekerheid van het geloof is niet alleen maar de zekerheid dat God bestaat of zo, als een gegevenheid, maar vooral de zekerheid die we hebben van God, dat Hij goed op ons is en dat Hij ons het goede wil geven. Net als bij de omgang met andere mensen gaat het nu ook bij onze omgang met God. Die zekerheid krijg je alleen door met Hem om te gaan, naar Hem te luisteren en na en bij dat luisteren te kijken naar wat Hij doet.

En nu is God goed op ons in Christus Jezus, onze Verlosser. Dat is het evangelie. Daaraan geeft de Geest ons deel door het te spreken, te verkondigen en te laten verkondigen, gericht: dit evangelie van het leven van Christus is voor u, voor jou bedoeld. Zo geeft Hij ons er deel aan, precies zo geeft Hij ons er ook zekerheid van: Hij laat het ons nog eens zeggen, met zoveel woorden en Hij geeft het kracht in ons leven, bekerende, veranderende kracht. Het laatste van het Woord, dat wat het hart raakt en bekeert, dat heet Geest. Zo geeft Hij ons zekerheid van het evangelie als een boodschap voor ons. Ja, en dan gaat het leven verder, en komen de vragen, dan gebeuren er dingen in je leven, of gebeuren er andere dingen juist niet, en dan komen de twijfels: wat wil God eigenlijk met mij? wat is Hij nu weer aan het doen? En we kunnen boos worden op Hem en Hem verwijten maken. Of Hij kan - anders - ongemerkt uit ons leven lijken te verdwijnen. Wat merken we nu van Hem? Gaat alles niet zijn gewone gang, ook al zou er geen God bestaan?

Midden in die aanvechtingen, van wat voor aard ook, wil de Geest ons zeker maken. Hij doet het door te spreken, door nog eens weer te spreken. We worden telkens weer terugverwezen naar de werkelijkheid van de bijbel, en naar de werkelijkheid die dat evangelie oproept in ons leven. En juist daar hebben we elkaar bij nodig. Want je kunt jezelf zo onmogelijk vastredeneren, je kunt zo diep in de put zitten dat je er zelf niet meer uitkomt, je kunt met je rug naar de Geest toestaan en klagen dat je Hem niet meer ziet. En dan een ander te kunnen spreken die je daarop wijst, die je daarbij helpt, bij een ander de werkelijkheid van het geloof te kunnen zien, dat kan helpen. Samen zie je meer dan alleen. Dat geldt zeker voor de Geest, waarvan we belijden dat Hij ons gegeven is. Samen zien we meer van de Geest dan alleen. Dat hoort bij Hem, want Hij is de Spreker die doet spreken. Laten we dan ook spreken, en elkaar niet in de steek laten, want dat is nog eens de Geest bedroeven. Spreken is leven, zwijgen is dood. Het lijkt een grondwet van de Geest. Want als de Spreker die doet spreken is Hij de Heer die levend maakt. Amen.


<<<