Johannes 1:14-18

Orde van dienst (Middelburg morgendienst)
Gezang 8,1
Psalm 103,3-5
lezen Matteüs 1:18-25
Gezang 10
lezen Johannes 1:1-18
tekst Johannes 1:14-18
Gezang 12,1-4
Gezang 12,5-8

Loenen-Abcoude 25/12/94
Weesp-Nigtevecht 25/12/94
de houdbaarheidsdatum van deze preek is verstreken

<<<


Broeders en zusters, geliefd in onze Heer, Jezus Christus,


Bij een feest hoort een lied. Zo vinden wij dat, en zo vindt kennelijk het nieuwe testament dat ook. Het mag ons immers opvallen, dat er rond de geboorte van Jezus opvallend veel gezongen wordt. Er is een lofzang van Maria, een lofzang van Zacharias, een zingen van engelen, een lofzang van Simeon, en - me dunkt - daarnet lazen we de lofzang van Johannes. Zoveel liederen bij elkaar vinden we in het nieuwe testament pas weer in Openbaring, als bij het einde van de geschiedenis God en het Lam worden toegezongen door de hele schepping. Er valt hier kennelijk het een en ander te be-zingen. En zo is dat natuurlijk ook. Het is hetzelfde als wij vandaag vieren. De Verlosser, de Redder van de wereld is geboren. Nu gaat Hij zijn reddingswerk doen. Dat wordt, op telkens eigen manier, bezongen in al die liederen. En Johannes zou Johannes niet zijn, als hij in zijn lofzang hierover niet de diepste grondtonen zou laten klinken.

Ja, Johannes. Johannes heeft iets vreemds over zich. Ja toch? Iets wat hem ongrijpbaar maakt. En dat maakt het ook wat vreemd om op eerste kerstdag Johannes 1 te lezen, en niet Lukas 2. Wij voelen ons thuis bij het kerstevangelie zoals Lukas dat geeft. Dat is tenminste een verhaal. We kunnen meevoelen met Jozef en Maria als zij, ver van huis, ergens onderdak moeten zien te vinden. We komen met de herders onder de indruk van engelenboodschap en engelenzang. Als we alleen het evangelie van Johannes hadden, dan was er nooit één kerststalletje gemaakt. Johannes geeft geen verhaal. Johannes geeft geen geboortegeschiedenis, hij geeft alleen een lied - en wat voor een lied. Ja, Johannes heeft iets vreemds over zich, iets ongrijpbaars. Laten we dat es onder ogen zien. Wat is dat dan, dat vreemde, dat ongrijpbare? Ik ben bang, dat het alleen maar dit is, dat Johannes te eenvoudig voor ons is. Hij is zo eenvoudig, dat het moeilijk voor ons wordt, omdat wij niet zo eenvoudig zijn. Hij is zo eenvoudig, dat het verwarrend voor ons wordt, omdat wij eenvoud meestal verbinden met oppervlakkigheid en diepgang met lange redeneringen. Hij is zo eenvoudig ook, dat het gevaarlijk voor ons wordt, omdat wij niet meer ontsnappen kunnen, zoals wij dat zo graag doen, in ingewikkeldheden en slimme redeneringen. Johannes redeneert niet, hij bezingt wat er is gebeurd, heel eenvoudig, onontkoombaar eenvoudig: en het Woord werd vlees.

Laten we vanmorgen eens de tijd en de moeite nemen om ware eenvoud over Kerst te leren van Johannes. Het is de eenvoud over Christus, de eenvoud over God en de eenvoud over onszelf. Het gaat dus om de ware eenvoud over Kerst; die is de eenvoud over Christus, de eenvoud over God en de eenvoud over onszelf.


En het Woord werd vlees. Dat is het kortste kerstevangelie: vier, vijf woorden lang. Veel te eenvoudig voor ons. Toch hoeven we alleen maar te lezen wat er staat: het Woord werd vlees. Het Woord, dat is in het nederlands een beetje dubbelzinnig. Het gaat hier niet om een ’los’ woord, zoals ze netjes op rij in een woordenboek staan, maar om een ’gericht’ woord, een bewust gebruikt woord. We zouden beter kunnen vertalen met ’de boodschap’. Daar wordt het nog eenvoudiger van. De boodschap werd vlees. Zo eenvoudig is het. Moeilijker moeten we het niet maken. De boodschap van de komende Verlosser, die God van het eerste begin af aan gegeven had, die wordt nu werkelijkheid. Wat God tot mensen te zeggen had, dat krijgt nu handen en voeten, ja een heel mensenlichaam. We hebben in Jezus Christus te maken met de vleesgeworden boodschap van God. Heel eenvoudig.

Maar ook onontkoombaar eenvoudig. Want een boodschap is voor iemand bestemd. Een boodschap roep je niet in het luchtledige - dan is het niet meer dan een kreet - met een boodschap wil je iemand bereiken. Een boodschap is als een afgeschoten pijl, gericht op een ander. En de boodschap werd vlees: een afgeschoten pijl, gericht op ons. Vier, vijf woorden slechts heeft Johannes nodig om ons onontkoombaar eenvoudig duidelijk te maken: dat alles wat er is gebeurd, wat we uitvoeriger bij Matteüs en Lukas lezen kunnen, over dat Kind dat wordt geboren, over Jozef en Maria, over die herders, die engelen, die wijzen uit het oosten en heel de geschiedenis die dan volgt, dat alles is gebeurd voor ons. Het is gericht, bedoeld, afgestemd op ons hart. Als de vleesgeworden boodschap van God staat Jezus Christus voor ons, en Hij spreekt ons aan: Ik ben voor jou geboren, Ik heb voor jou geleefd, Ik ben voor jou gestorven, Ik ben voor jou opgestaan, Ik kom terug voor jou. Het is evangelie, blijde boodschap, helemaal geconcentreerd in die vier, vijf woorden. Onontkoombaar eenvoudig.

Die eenvoud moeten we werkelijk leren van Johannes en zien vast te houden. De diepte van het evangelie hangt er aan. Want als we deze eenvoud loslaten, dan hebben we in Jezus nog slechts een wijs en een misschien door God geïnspireerd mens, en in de bijbel een steeds verder uit elkaar vallend bundeltje getuigenissen over deze mens. Dan krijgen we steeds moeilijkere en meer ingewikkelde verhalen over hoe dat toch kan, dat deze ene mens ons nog iets te zeggen heeft. En wat Hij ons dan nog te zeggen heeft, wat is dat tenslotte meer dan de platitude van: ’Alle mensen zijn broeders en ze moeten elkaar helpen’? zoals gisteren nog in een krant te lezen stond. Zo gaat dat steeds, als mensen de eenvoud van God loslaten om er hun eigen waarschijnlijkheden voor in de plaats te stellen. Dan gaat een berg van ingewikkelde historische redeneringen over ’Jezus’, alleen nog maar een muis van oppervlakkige medemenselijkheid baren. En nooit meer horen we dan, zoals hier bij Johannes, die eenvoudige aanspraak: Kom bij Mij, Ik ben voor jou geboren, Ik heb voor jou geleefd. Kom, vind rust bij Mij.

Vleesgeworden boodschap, onontkoombaar eenvoudig, tegelijk eindeloos diep en rijk. Want een boodschap heeft een inhoud. Een boodschap is altijd een bepaalde boodschap. Johannes bezingt de geboorte van de grote Verlosser van mens en wereld als de vleesgeworden boodschap van God. Het is een boodschap van genade en waarheid. Die beide woorden moeten we samen lezen: het gaat om werkelijke genade, om betrouwbare goedheid, om echte gunst. Dat betekent ten diepste toch wel dat God ons accepteert zoals we zijn, dat Hij voor ons zorgt en ons in liefde aanneemt, ook waar andere mensen het niet doen, ontrouw zijn, ons in de steek laten. In het oude testament vinden we dezelfde tweeslag keer op keer, meestal vertaald met ’goedertierenheid en trouw’. Die goedertierenheid en trouw, die zijn nu vleesgeworden, tastbare werkelijkheid geworden in Jezus Christus. Dat is dan ook zijn heerlijkheid, zijn eer, zijn roem, de glans die van Hem afstraalt: de vleesgeworden boodschap van God is een boodschap van genade op genade, van werkelijke goedheid.

Daarmee spreekt Christus ons aan, in alle eenvoud en in alle directheid. De boodschap werd vlees, en het is een boodschap niet van: doe dit en dat, maar een boodschap van genade, een gave, een boodschap van rust. God geeft in Christus, eenvoudig en direct, wat wij niet kunnen opbrengen. Niemand van ons. We moeten bij Johannes’ eenvoud op kleine woordjes letten, en die eenvoudig lezen. Uit zijn volheid hebben wij allen ontvangen, en wel genade op genade, staat er in vers 16. Allen. Ook de mensen die Gods goede wet hadden gehoord en er heel wat van hadden gedaan. Die wet, die door Mozes is gegeven, die wet gebiedt: doe dit en dat, dan zul je leven. Maar als het op doen aankomt, komen wij nooit tot ons recht, nooit tot rust, komt het ook nooit tot vrede tussen God en ons. Goed wordt het pas, als je je geaccepteerd mag weten als degene die je bent, en niet om wat je allemaal kunt doen. Dat is nu precies de boodschap van God: Gods goedheid en trouw werkelijkheid geworden door Jezus Christus. En dat geldt net zo goed voor mensen die die wet niet hebben gehoord. Die zijn immers zichzelf tot wet. Die matten zichzelf af om te voldoen aan hun eigengestelde normen. Maar kun je je dan aanvaard en geaccepteerd weten? Zelfs als je goed of kwaad wilt aflezen aan het gezicht van de ander, en wilt afmeten aan de vraag of je er anderen mee tekort doet of juist tot hun recht laat komen, blijf je onzeker. Ons allen stelt Johannes hier, heel eenvoudig en direct voor Christus, de vleesgeworden boodschap van God: Hij aanvaardt ons. Hij geeft, wat wij niet kunnen. Eenvoudigweg en zonder verwijt. En de boodschap werd vlees, het is de ware eenvoud over Jezus Christus.


Tegelijk leren we hier ook de ware eenvoud over God. Want een boodschap heeft ook een afzender. Als we ons horen roepen, dan gaan we automatisch op zoek naar wie ons roept. En de boodschap werd vlees. Johannes laat er geen misverstand over bestaan: dat is de boodschap van God zelf. Wat God ons mensen te zeggen heeft, dát is in Christus werkelijkheid geworden. De afgeschoten pijl van de boodschap is afkomstig van de boog van God zelf. Vier, vijf woorden slechts heeft Johannes nodig om ons in alle eenvoud duidelijk te maken: dat alles wat er is gebeurd, wat we uitvoeriger bij Matteüs en Lukas lezen kunnen, over dat Kind dat wordt geboren, over Jozef en Maria, over die herders, die engelen, die wijzen uit het oosten en heel de geschiedenis die dan volgt, dat alles is afkomstig van God zelf. Het gebeurt niet zomaar, God zelf zit er achter. Hij zelf geeft zich erin aan ons, en nu maar niet in woorden, maar in werkelijkheid.

Niet maar in woorden, maar in werkelijkheid. Daarin vult Jezus Christus de woorden van het oude testament met werkelijkheid. De boodschap wordt vlees, dat is een mens zoals wij. Het gaat God in al zijn boodschappen om mensen zoals wij, al vanaf het ’Adam, waar ben je’ uit het paradijs. Met ons wil Hij omgaan, daarom wordt Hij mens. En Hij woonde onder ons. Door het merkwaardige woord wat hier gebruikt wordt roept Johannes in één pennestreek Gods wonen onder zijn volk in het oude testament op, in een tabernakel, een tent: Hij ’tabernakelde’, Hij ’kampeerde’ onder ons. Dat wordt nu werkelijkheid: God als mens onder de mensen, God onder ons, Immanuel. En wij zagen zijn heerlijkheid, zingt Johannes. Weer in één pennestreek herinnert hij ons aan Mozes op de berg, die Gods heerlijkheid van achteren mocht zien. Nu is zij werkelijkheid geworden onder de mensen, vol van genade en waarheid. Van God is de boodschap, nu in werkelijkheid: en Gods boodschap is vlees geworden.

En dat is Gods eigen boodschap. Zo is God. Niemand heeft ooit God gezien. Hij heeft zich tot nu toe verborgen gehouden. Toch hoeven we niet te twijfelen over wie Hij is voor ons. Zijn boodschap is vlees geworden: de eniggeboren Zoon heeft Hem geopenbaard. Wat God over zichzelf uitspreken wil is in Jezus Christus volledig en exact uitgesproken. Zó is God. Zo doet God maar niet, zo is Hij. Deze boodschap komt recht uit zijn hart, zij was al in den beginne, voor de schepping, bij God, ja God zelf. Dit is werkelijk Gods eigen boodschap. Hij zelf is vol van genade en waarheid. Een andere God is er niet. Dat is de ware eenvoud over God, die Johannes ons hier leert. En de boodschap werd vlees. Het is de boodschap die altijd al bij God was, ja God zelf is: de Zoon die op schoot bij zijn Vader is. Gods eigen Kind is zijn eigen boodschap voor ons. In Jezus’ geboorte ging Gods Vaderhart open.

Laten we ook deze eenvoud van Johannes leren, en vasthouden. Niemand heeft ooit God gezien. Het is al sinds mensenheugenis ons excuus om over God ingewikkelder te doen dan Hij is. Dikke boeken vol lange en diepzinnige redeneringen zijn geschreven over Hem. En ook in onszelf klimt zomaar de vraag op: zou het werkelijk zo zijn, dat God een God is die geeft, eenvoudigweg en zonder verwijt, een God die ongecompliceerd goed is, een God zonder bijbedoelingen? Kan het zo eenvoudig zijn? Kan God de God zijn die zich niet opsluit in zijn hemel en er, van afstand, zijn geboden uit neerzendt, maar de God die zelf komt om ons op te halen, om ons op de arm te nemen? Kan het zo eenvoudig zijn? Die vier, vijf woorden van Johannes prenten het ons in: zo eenvoudig is het: en de boodschap werd vlees: God onder ons, Immanuel. God onder ons, niet maar om ons werk te inspecteren of om toe te kijken hoe wij leven, maar om ons op te halen, op de arm te nemen, en ons thuis te brengen, op schoot bij Vader in de hemel. Iedere god die ingewikkelder is, kan de ware God niet zijn.


En de boodschap werd vlees. Dat leert ons tenslotte ook de ware eenvoud over onszelf. Als we ergens moeite hebben met eenvoud, dan als het gaat over onszelf. Want eenvoud dwingt ons in ons eigen hart te kijken en niet te blijven hangen aan de oppervlakte van ons leven, waar we ons gemakkelijk kunnen verstoppen achter van alles en nog wat. Maar wie eerlijk en eenvoudig in zijn eigen hart kijkt, die ziet dat hij zichzelf niet heeft gemaakt, dat hij uit zichzelf niet leven kan. Het is niet voor niets dat als er iets in ons hart leeft, dat dat dan verlangens zijn. Wij moeten ons geaccepteerd weten vóór wij werkelijk kunnen functioneren. Zo zitten wij in elkaar. God is een God die geeft, wij zijn mensen die eerst moeten ontvangen, voor wij kunnen geven. Geen mens kan van zichzelf uit liefhebben, netzomin als hij van zichzelf uit praten kan en lachen kan. We leven van een ’meer’, een ’extra’ dat wij niet geschapen hebben, maar dat wij ontvangen, ontvangen uiteindelijk van God. Alleen Hij kan ons verlangen naar een volmaakte verhouding vervullen. En wie het niet ontvangen wil, die put zich uit, die houdt van binnen altijd een leeg gevoel. Wij komen dan niet werkelijk tot ons recht, ook niet als wij er alleen maar moeten zijn voor anderen. Dat breng je niet op. De boodschap van de medemenselijkheid is een harde, een zware boodschap, als ze niet is opgenomen in een andere boodschap, die eenvoudige, van Johannes, van de bijbel: en de boodschap werd vlees: Gods Zoon is er voor ons, we mogen eerst ontvangen uit zijn volheid, genade op genade: acceptatie, ondanks alles.

Dat is de ware eenvoud over Jezus Christus, en de ware eenvoud over God: en de boodschap werd vlees: wij krijgen eerst, eindeloos veel, reden om even eindeloos feest te vieren. Die eenvoud brengt de ware eenvoud over onszelf met zich mee: maak het je niet moeilijker dan nodig is: laat het je geven, laat die Ander er zijn voor jou, laat jezelf accepteren door Jezus. Wij komen pas tot ons recht als wij geliefd worden, want dan kan ook ons leven in liefde bloeien. En dat is toch de boodschap van kerst: en Gods boodschap werd vlees, zo eenvoudig, zo goddelijk. En het spreekt ook over ons: wij zijn de ontvangers van de boodschap, wij zijn de ontvangers van zijn liefde. Wij zijn ontvangers. Zo eenvoudig is het. Laten we het zo eenvoudig laten. Laten we ophouden ons uit te putten met leven uit een eigen kracht die we niet hebben. Laten we God er voor ons laten zijn, mens geworden onder de mensen. God voor ons. En laten we ons door Hem laten accepteren, en laten geven. Dan hebben we reden tot kerstfeestvieren. Want de boodschap van God voor ons werd vlees. In Jezus’ geboorte ging Gods Vaderhart open, van hart tot hart gaat het: uit zijn volheid hebben wij ontvangen, en wel genade op genade. Amen.


<<<