Heidelbergse Catechismus, zondag 5

Orde van dienst (Kampen middagdienst)
Psalm 131
lezen Matteüs 19:16-26
Gezang 22,1.3
Zondag 5
Gezang 4
Liedboek gezang 7

Loenen-Abcoude 19/09/99

<<<


Broeders en zusters, geliefd in onze Heer, Jezus Christus,


We hebben het nu twee weken meer of minder uitvoerig gehad over ons christelijk vluchtgedrag. Met je zonden moet je iets doen: je moet er mee naar de Here Jezus vluchten, ze belijden, aan Hem en aan zijn Vader. Werkelijke kennis van je eigen zonde krijgen laat de angst voor jezelf je zo om het hart slaan, dat je er als de wiedeweerga mee naar Jezus loopt. Hoe meer je ziet wat er zoal in je huist, des te meer haast krijg je.

Dan komt zondag 5 en stoten we onze schenen tegen loodzware redeneringen en moeilijke woorden. Na nog wat strompelen en struikelen vinden we uiteindelijk in zondag 6 Wie we zoeken, maar intussen bevalt deze hordeloop ons maar niks. Juist als je ontdekt hebt hoe nodig je Jezus hebt beginnen ze moeilijk te doen.


Ik heb er weinig behoefte aan dit goed te praten. Het gaat hier inderdaad allemaal erg omslachtig aan toe. Dat is nu eenmaal het nadeel van een leerboek van meer dan 400 jaar oud, in de taal en met de leer-methodes van toen. Maar, wat we wel zouden kunnen doen, is vanmiddag eens even nadenken over de vraag of er toch geen voordelen aan dit nadeel van de omslachtigheid zitten.


Het lijkt me dat dit inderdaad zo is. Het voordeel dat ik vanmiddag eens naar voren wil halen is, dat ook bij vluchten naar Jezus haastige spoed zelden goed is. Want we hebben in ons leven niet alleen met Jezus te maken, maar ook met onszelf, en met allerlei ideeën over Jezus. Het zou ons kunnen gaan als de man die de profeet Amos in één van zijn visioenen gezien heeft: hij vluchtte voor een leeuw, en een beer overvalt hem; en eindelijk staat hij thuis uit te hijgen tegen de muur, en daar bijt hem een slang! Je kunt ook teveel haast hebben en je verkijken op de dingen.

Laten we daarom vanmiddag es bij deze zondag stilstaan om te leren dat ook bij vluchten naar Jezus haastige spoed zelden goed is. We vergeten zomaar onszelf mee te nemen, we vergeten zomaar onszelf helemaal mee te nemen, en zomaar ook komen we niet werkelijk bij Jezus uit. Korter gezegd: Ook bij vluchten naar Jezus is haastige spoed zelden goed. Vergeet jezelf niet, vergeet niets van jezelf, vergis je niet.


Vergeet jezelf niet. Vergeet niet jezelf mee te nemen. Dat is natuurlijk een beetje vreemd gezegd. Maar het gaat me om een fijn trekje in antwoord 12. Daar wordt gezegd, dat wij of zelf of door een ander moeten betalen. Voor het weten lezen we dat anders en zien we iets als: òf wij moeten betalen òf een ander. Òf wij zelf, òf een ander zonder ons. Die ander is dan Jezus. Hij knapt het voor ons op en wij zijn er van af.

Ik heb zo het gevoel dat dit een permanente verzoeking in ons christenleven is. We gaan dan met onszelf, en met ons kwaad ongeveer om zoals met onze rommel en ons afval. We dumpen het bij Jezus en dat is het dan. Het effect van wat nadenken over je eigen zonde en kwaad is dan zomaar niet veel meer dan het opruimen van je zolder. Alles wat weg kan of weg moet stoppen we in onze achterbak, rijden hier in Loenen naar De Heul, en, zolang je je aan de openingstijden houdt, wordt je van al je troep op zeer vriendelijke wijze verlost: de containers staan al klaar en je wordt zelfs geholpen met uitladen (merkte ik vorige week).

Maar voor je het weet ben je dan vergeten dat niet onze zonden op zich het probleem zijn, maar dat wij zelf het probleem zijn. Dat merk je ook vanzelf, weer, net als met je zolder: binnen de kortste keren is die weer vol. Je zonden bij Jezus brengen en jezelf vergeten aan Hem uit handen te geven levert niks op: als onveranderd mens is je zonden-zolder zo weer vol. Dan kun je nog zo hard naar Jezus rennen, het helpt je niks. Het helpt pas iets als je zulke langzame haast hebt dat je niet vergeet jezelf mee te nemen.

Wij zijn immers zelf verantwoordelijk voor ons leven. Daar zijn we de vorige weken nog weer eens bij bepaald. Het gaat maar niet om wat wij per ongeluk gedaan hebben, maar om wat wij expres gedaan hebben, zelf, terwijl het best anders had gekund. En God houdt ons daar aan. Dat is Gods eerlijkheid. De vervuiler betaalt, oké, òf zelf òf door een ander, maar nog steeds: de vervuiler betaalt. Ook als het door een ander is, is dat helemaal onze verantwoordelijkheid. God laat ons die op geen enkele manier afschuiven.

We kunnen eenvoudig niet onze verkeerde daden aan de Here Jezus overdragen zonder tegelijk ook ons zelf bij Hem onder te brengen. Als Hij niet bij ons hoort en wij bij Hem, als een nieuwe gelukkige tweeëenheid, dan wordt er niets verzoend in ons leven, al rennen we nog zo hard naar Hem toe. En dan verandert er ook niets in ons leven, hoe vaak we ook bij Hem binnenlopen. Pas als we onszelf meenemen en verder ons leven en onze verantwoordelijkheid met Hem delen kunnen wij door Hem betalen, verzoend en vernieuwd worden.


Dat vind je in het Nieuwe Testament onder verschillende beelden. Heel bekend is het beeld dat wij in Christus moeten zijn. Maar je kunt ook denken aan het beeld dat wij Christus moeten aantrekken als nieuwe kleren. Beide beelden bij elkaar suggereren iets als dat wij onszelf bergen in Christus, ja bijna dat wij ons in Hem verstoppen. Pas daarmee is ons christelijk vluchtgedrag compleet. Werk dat beeld rustig iets uit voor jezelf: je schrikt van jezelf in je eigen slechtheid en van alle effecten daarvan. Je rent naar Jezus. Maar als je nu alleen snel je zonden bij Hem achterlaat, sta je daar nog steeds in je nakende nakie voor onze eerlijke God. Dat levert niks op. Pas als je jezelf, je eigen nakende nakie in Christus verbergt, ben je veilig. Zorg er dan ook voor dat je in Hem blijft. Want als je je toch weer buiten Hem waagt is het enige effect dat je weer in al je schaamte betrapt wordt.


Ook bij vluchten naar Christus is haastige spoed zelden goed. Vergeet ook niets van jezelf. Daarmee ga ik naar antwoord 13. Kijk, na vierhonderd-nog-wat jaar zit het er bij ons natuurlijk goed in, dat wij zelf een en ander niet goed maken bij God. En als we iets hebben ontdekt van ons kwaad, van het probleem dat we in onszelf hebben, dan zakt ons ook de laatste moed daarvoor in de schoenen. Het optimisme van de rooms-katholieke van destijds, dat mensen met Gods geboden een heel eind komen kunnen, dat missen we. We gaan dus niet zelf knutselen, maar vluchten met ons leven naar de Here Jezus.


Heel goed, maar nu moeten we wel alles meenemen. En niet kleinere of grotere delen van onszelf en van ons leven achter houden voor onszelf, zo van: daar heeft God niks mee te maken. Dat is ook zo'n permanente verzoeking voor ons, nietwaar? We voelen ons betrapt door God, op een bepaald punt van ons leven. We gaan er werkelijk mee naar Jezus en leren van Hem. En dat werkt ook best iets uit in ons. We zijn minder driftig, minder chagrijnig, we worden eerlijker en rustiger. Het is eigenlijk ook veel gezelliger thuis zo. Maar over de inhoud van ons boodschappenwagentje heeft God nog steeds niets te zeggen. En 's avonds laat voor de tv zitten we ons alleen maar even te ontspannen. Kortom, het rijke-jongeling-complex van veel West-Europese christenen. Wel komen naar Jezus, maar niet helemaal.

Het vervelende van dit soort dingen is, dat ze met de zonde mee groeien. Wat je bij de Here Jezus vandaan houdt blijft niet maar wat het is, onveranderd, nee, het groeit -- de verkeerde kant op. Voor je het weet ben je ook weer net zo driftig of zo chagrijnig als vroeger. Alles wat je in je leven afschermt voor God, voor Jezus, voor jezelf houdt, dat zuigt je mee, bij Hem vandaan. Je merkt op dat soort punten heel direct dat wij op onszelf de schuld elke dag groter maken.

Daarom moeten we goed opletten. Wie geschrokken is van zichzelf en naar Jezus vlucht moet zich helemaal in Hem verstoppen. Anders wordt je toch betrapt, eerst door de zonde, en dan door onze eerlijke God. Laten we er op letten dat we niets van onszelf vergeten. Juist die hartszonden van ons niet, die we zo graag doen. Niet vergeten. Ook ons karakter niet, en ons oud zeer, onze diepe frustraties en laatste verlangens. Niet vergeten. Ook bij vluchten naar Jezus is haastige spoed zelden goed.


We zouden ons zelfs kunnen vergissen in Jezus. Daarmee ga ik naar de laatste vragen en antwoorden. We kan ik zeggen dat we van die eeuwen catechismus wel wat geleerd hebben. We weten maar al te goed hoe belangrijk het is, dat Jezus God èn mens is. Was Hij geen mens, Hij zou zijn leven niet met ons kunnen delen. Wat Hij niet kan aannemen wordt ook niet verlost. Was Hij geen God, Hij zou het niet kunnen. Niemand dan God alleen verdraagt Gods woede over het kwaad.

Toch gaan de verhalen wel rond over Jezus. En ze verharden zich zomaar tot een beeld van Hem. Voor we het weten staat Jezus ook voor ons toch zomaar tussen God en ons. God is dan streng en eerlijk, maar Jezus houdt van ons, hoe wij ook verder te keer gaan. God is de strenge politieagent, maar Jezus is de vriendelijke maatschappelijk werker. We zóuden in de haast kunnen vergeten dat Jezus net zo eerlijk is als God, net zo zuiver, net zo heilig. Dat zijn liefde niets verdoezelt en dat Hij altijd met ons aan het werk gaat, omdat wij toch echt niet kunnen blijven wat wij nu zijn. Wie vlucht naar Jezus mag best van te voren al bedenken dat het je leven zal veranderen als je het echt doet.

Al die lieve, aan onze mensengevoelens aangepaste beelden van Jezus, ze geven ons wel even een gevoel van veiligheid, maar uiteindelijk bedriegen ze je. Stel je nu toch voor dat straks bij het oordeel zou blijken dat je een totaal onveranderd mens was gebleven, nog werkelijk in álle opzichten even slecht en problematisch als vanouds. Dan sta je daar nóg in je verschrikkelijk nakende nakie voor God.

Laten we maar bedenken dat Jezus werkelijk onze Middelaar wil zijn, die van ons houdt, maar ook van God, die God en mens verbindt. Als we naar Hem toe gaan, mogen we het rustig ons van te voren bedenken: ons bergen in Jezus is niet als het verstoppen in een holle boom, waar je zonder meer weer uitstapt. Dit gaat je ráken, veranderen, vormen. Dit kan wel eens héél zeer gaan doen. Maar, als wij nu werkelijk het probleem zijn, nou, dan is dat ook alleen maar de moeite waard.


Laten we daarom inderdaad vluchten naar Jezus, met ons zelf, met ons kwaad. Maar, haastige spoed is ook hier niet goed: vergeet jezelf niet, vergeet niets van jezelf, vergis je niet. Je vlucht wel naar Jezus. En die naam betekent: de Here redt. God zelf, in alle eeuwigheid. Amen.


<<<